Een A-record koppelt een domeinnaam aan een IPv4-adres, zodat bezoekers je website vinden wanneer ze je domein intypen. Je stelt een A-record in via het DNS-beheer van je hostingpakket of domeinregistrar: je kiest het type A, vult de hostnaam in (bijvoorbeeld @ of www) en voert het juiste IP-adres van je server in. Na opslaan kan het verwerken van de wijziging enige tijd duren door DNS-propagatie.
Wat is een A-record precies
Het DNS-systeem werkt als een telefoonboek voor het internet: mensen typen een domeinnaam in, maar servers communiceren via IP-adressen. Een A-record legt die koppeling vast voor IPv4-adressen. Wil je ook IPv6 ondersteunen, dan gebruik je daarnaast een AAAA-record.
Een domein kan meerdere A-records hebben, bijvoorbeeld een voor het kale domein (@) en een voor de www-versie. Beide moeten naar hetzelfde of naar verschillende servers kunnen wijzen, afhankelijk van je situatie. Dit beheer je samen met je andere DNS-instellingen, zoals de records voor e-mail.
A-record instellen in Plesk
In Plesk vind je het DNS-beheer onder het tabblad DNS-instellingen binnen je abonnement. Daar zie je een overzicht van alle bestaande records en kun je eenvoudig nieuwe toevoegen of aanpassen.
Log in op Plesk
Open het controlepaneel van je hostingpakket en ga naar het tabblad DNS-instellingen.
Klik op record toevoegen
Kies als recordtype A en kies vervolgens de hostnaam waarvoor je het record aanmaakt, bijvoorbeeld @ voor het hoofddomein.
Vul het IP-adres in
Voer het IPv4-adres van de server in waar je website op draait. Dit adres vind je terug in je hostingaccount of ontvang je van je provider.
Sla de wijziging op
Bevestig het record. Plesk werkt de zone automatisch bij, maar de wereldwijde verspreiding kan nog enige tijd duren.
Herhaal voor www
Maak indien nodig ook een A-record voor www aan, of gebruik een CNAME die naar het kale domein verwijst.
Veelgemaakte fouten
De meest voorkomende fout is een verkeerd ingevoerd IP-adres, vaak door een typefout of door het gebruik van een verouderd adres na een serverwissel. Controleer het adres daarom altijd via de documentatie of het paneel van je provider.
Een andere valkuil is het vergeten van de www-variant, waardoor bezoekers die met www. naar je site surfen een foutmelding krijgen. Ook het tegelijk laten bestaan van tegenstrijdige records, bijvoorbeeld een oud en een nieuw A-record voor dezelfde hostnaam, zorgt voor onvoorspelbaar gedrag.
Let ook op de TTL-waarde (time to live). Een hoge TTL zorgt dat wijzigingen langzamer doorkomen, wat handig kan zijn vlak voor een migratie om hem juist te verlagen. Dit is ook relevant wanneer je overstapt naar een nieuwe hostingpartij, zodat de overgang soepel verloopt zonder downtime.
A-record controleren
Nadat je het record hebt opgeslagen, kun je controleren of de wijziging actief is met een online DNS-checktool of via de opdrachtregel met een commando als nslookup of dig, gevolgd door je domeinnaam. Dit toont het IP-adres dat momenteel gekoppeld is aan je domein.
Houd er rekening mee dat verschillende locaties en DNS-servers de wijziging op verschillende momenten kunnen tonen tijdens de propagatieperiode. Geduld is hier belangrijker dan herhaaldelijk wijzigingen doorvoeren.
Werk je met meerdere diensten op hetzelfde domein, zoals een losse zakelijke e-mailoplossing, controleer dan ook of de bijbehorende MX-records ongewijzigd blijven wanneer je het A-record aanpast. Deze records staan los van elkaar maar worden in dezelfde DNS-zone beheerd. Twijfel je over een instelling, bekijk dan de kennisbank voor meer achtergrondinformatie.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het voordat een A-record actief is?
Dit hangt af van de TTL-waarde en van DNS-caching bij providers wereldwijd. Vaak is een wijziging binnen enkele uren merkbaar, maar volledige verspreiding kan langer duren.
Kan ik meerdere A-records voor hetzelfde domein gebruiken?
Ja, dit wordt gebruikt voor load balancing naar meerdere servers. Voor een standaard website met één server volstaat één A-record per hostnaam.
Wat is het verschil tussen een A-record en een CNAME?
Een A-record wijst direct naar een IP-adres, terwijl een CNAME naar een andere domeinnaam verwijst die op zijn beurt weer een A-record heeft.
Moet ik ook iets doen aan mijn domeinregistratie?
Nee, het A-record beheer je in de DNS-zone, los van de registratie van je domeinnaam. Wel moet je domein bij de juiste nameservers wijzen.
Wat gebeurt er als ik het A-record verwijder?
Zonder A-record kan je domein niet meer gekoppeld worden aan een server en is je website niet bereikbaar totdat je een nieuw record aanmaakt.
Conclusie
Een A-record instellen is een kwestie van het juiste IP-adres koppelen aan de juiste hostnaam in je DNS-beheer, zoals Plesk. Let op typefouten, dubbele records en de TTL-waarde, en controleer na het opslaan altijd of de wijziging goed is doorgevoerd.